Op de hamerstukkenlijst van de raadsvergadering van afgelopen donderdag stond de welstandsnota. Doorgaans is dit onderwerp altijd goed voor een stevige politieke beschouwing. Vorig jaar nog gebruikte mijn collega Robert Jan Stekelenburg de metafoor van bruine schoenen en een bruine riem bij een blauw pak als voorbeeld hoe opvattingen over mooi en lelijk kunnen veranderen. Iets wat tien jaar geleden nog not done was, is nu heel normaal. Ik draag zelf ook bij tijd en wijle een bruine riem en bruine schoenen, terwijl ik enkele jaren geleden tegen de schoenverkoper zei: "a gentleman never wears brown", toen hij een paar bruine schoenen suggereerde.
Reden voor het feit dat de welstandsnota nu een hamerstuk was, was gelegen in het feit dat het hier slechts ging om enkele technische aanpassingen aan de hand van de wet algemene bepalingen omgevensrecht (WABO). Toch tekent zich onderhand een interessant fenomeen af. De VVD ageert al jaren tegen de betuttelende wijze waarop in deze gemeente het welstandsbeleid wordt uitgevoerd. Op volstrekt ondoorzichtige wijze bepaalt een gezelschap heren (of er ook dames inzitten weet ik eigenlijk niet) wat mooi en lelijk is. Waar andere maatschappelijke organisaties zich momenteel het hoofd buigen over hun eigen maatschappelijke legitimatie heeft de welstandscommissie daar bij wijze van spreken geen enkele boodschap aan. Je zou haast kunnen zeggen dat ze steevast het zesde plan wat je indient goedkeuren.
Ik ben blij dat ik niet in de schoenen sta van wethouder Petra van Hartskamp. Aan de ene kant heb je te maken met een sterke welstandslobby op het gemeentehuis. Ieder kritisch geluid op het bastion dat welstand heet wordt hautain van de hand gewezen. Daar komt bij dat ook de meerderheid in de raad deze welstandslobby nog steeds steunt. Dat maakt van een liberale welstandswethouder een soort van burgemeester in oorlogstijd.
Wij hebben altijd gepleit voor twee regimes: beschermd stads- en dorpsgezicht en vergunningvrij. Mensen weten vaak zelf wel wat mooi en lelijk is. En vaak zijn ze daar nog zorgvuldiger in dan de overheid. Het welstandstoezicht is dus ook nog eens betuttelend. Met deze stellingname waren we vaak een minderheid in de raad. Een roepende in de woestijn. Daar lijkt nu toch echt verandering te komen .
In de stemverklaringen gaven VVD (zeven zetels), Dorpsbelangen (twee zetels), Leefbaar Huizen (twee zetels) en Maarten Hoelscher (Pvda, maar op persoonlijke titel) aan tegen het huidige welstandsbeleid te zijn. 12 van de toen aanwezige 26 zetels. We zijn er bijna. Het wachten is op Kerim Gencer en Bert Voorbraak om hun voorman te volgen.
That's one small step for a man, one giant leap for mankind!