De schrijfgroepen zijn aan het werk. Er wordt druk gewerkt aan een nieuw colleprogramma. De werkgroep waar ik deel van uitmaak kenmerkt zich door een goede onderlinge verstandhouding. De sfeer is goed. We spreken aan het begin af dat we vooral gaan kijken naar wat ons bindt. En al snel merk ik dat de aanwezigen bereid zijn om naar elkaar te luisteren. Om te kijken waar we elkaar kunnen vinden. Er is bij mij aan tafel duidelijk een wil om er gezamenlijk uit te komen.
Huizen is gebaat bij een missionair college dat kan steunen op een royale meerderheid in de raad. Dan helpt het wanneer je in de afgelopen periode prettig met elkaar hebt samengewerkt. En het lijkt erop dat het met de personele bezetting wel goed zit. Gaandeweg krijg ik ook wel ideeën over een verbindend thema van het nieuwe college. De elementen duurzaamheid en daadkracht zullen daar wat mij betreft een verbindende rol in spelen. Niet alleen op het gebied van milieu, maar ook het gebied van grote projecten (hoofdwinkelcentrum / havengebied) en de financiële soliditeit staan we voor grote opgaven die de positie van Huizen voor de lange termijn bepalen.
Maar goed, laten we niet te vroeg juichen. We zijn er nog niet. Eerst maar eens hard werken aan de formulering van een nieuw akkoord dat gedragen wordt door de partijen.